Tegenwoordig kan er steeds meer gepland worden bij de paraveterinairen. Vaak krijgen wij de vraag: wat is een paraveterinair? Het is toch gewoon een assistent? Het antwoord daarop is: nee. Paraveterinairen zitten eigenlijk tussen dierenarts en assistent in. Een paraveterinair heeft meer bevoegdheden dan een assistent. Zo hebben wij ook meer verantwoordelijkheid. Wij mogen injecties geven en bloed afnemen, onder toezicht van een dierenarts in het pand. Andere dingen die wij mogen zijn: lichamelijk onderzoek doen (geen diagnose stellen), narcose bewaken, gebitten reinigen, röntgenfoto’s maken, medicatie toedienen, chippen en laserbehandelingen uitvoeren. Een assistent heeft niet deze bevoegdheden.
Het volgende kunnen wij in onze consulten doen;
- Bloeddrukmeting
- Voedingsconsulten (feedwise)
- Nagels knippen en/of anaalklieren legen
- Controle na operaties of gebitsbehandelingen.
- Chronische injecties
- Vervolgafspraak röntgenfoto’s
- Bloedafname
- Puber consulten
- Diabetes consult
- Nier consult
Bloeddrukmeting
Als vervolgonderzoek komt er vaak een bloeddrukmeting kijken. Bij katten komt het regelmatig voor dat een hoge bloeddruk het gevolg is van bijvoorbeeld een verminderde nierfunctie. Ook kan het zo zijn dat oudere katten zelf een hoge bloeddruk ontwikkelen. Bloeddrukmetingen worden regelmatig gedaan bij oudere katten, zieke dieren en dieren onder narcose.
Symptomen: onrust, dement gedrag (hieronder kun je denken aan: staren in het niks/tegen een muur aan staan), veel mauwen.
Hoe meten wij dit?
Wij scheren een stukje achter het voetzooltje. Dan verlaten wij even de kamer en komen wij met een minuut of 10 weer even terug. Dit doen wij omdat het dier het scheren vaak erg spannend vindt, wij laten ze dan even acclimatiseren met de eigenaar. Na een minuut of 10 gaan we de bloeddruk meten. Als eerste doen we een bandje hoger op de poot (dit is de cuff). Deze blazen wij op. Daaraan vast zit een meter waar we de waarde op kunnen zien. Op het geschoren plekje smeren wij wat gel, dit is te vergelijken met echogel. Daarop leggen wij een klein doppler apparaatje. Deze zit aangesloten op een koptelefoon. Met dit apparaatje horen wij de hartslag van het dier. Door de cuff op te blazen zoeken wij naar het punt wanneer je net wel de hartslag hoort. Hoor je de hartslag niet meer dan is de cuff te hard opgeblazen. Hoor je de hartslag heel erg zachtjes dan is dat de bloeddruk van het dier.
Komt er uit het onderzoek dat het dier een te hoge bloeddruk heeft, dan wordt er met de arts overlegd over het opstarten van medicatie (bloeddrukverlagers). Als er medicatie opgestart is meten we de bloeddruk na twee weken nog een keer om te kijken of de dosering juist is. Daarna blijven er regelmatige controles plaatsvinden omdat de dosering soms aangepast moet worden.
Chronische injecties
Met chronische injectie bedoelen wij injecties die herhaaldelijk gegeven moeten worden. Denk aan de Solensia (pijnstillende injectie voor de kat met artrose) en de Librela (pijnstillende injectie voor de hond met artrose). Dit kan bijvoorbeeld ook i.c.m. anabolen. Ook kunnen er supplementaire injecties gegeven worden, denk aan de vitamine B12. De injecties worden altijd voorgeschreven door een dierenarts. Bij het geven van deze injecties wegen we het dier en stellen we wat korte vragen om te kijken of het dier baat heeft bij de injectie(s).
Voedingsconsulten
Voedingsconsulten worden aangeboden voor dieren met speciale diëten, dieren met overgewicht en jonge dieren in de groei.
Wij doen dit door middel van een consult bij een paraveterinair. Die zal van tevoren contact op nemen met een vragenlijst betreft de eventuele aandoening en wat het dier voor eten en snacks krijgt. De paraveterinair gaat alles volgens een speciaal voedingsprogramma uitrekenen, waaronder hoeveel het dier waarvan mag hebben. Daarna volgen er controles om het gewicht te kijken om te kijken of het afvallen/aankomen goed gaat. Soms wordt er geadviseerd om eens een ander soort voeding te proberen. U wordt door de verantwoordelijke paraveterinair helemaal begeleid in het traject.
Nagels knippen en/of anaalklieren legen
Bij ons kunt u ook terecht voor het knippen van de nagels van dieren. (hond,kat,konijn,knaagdieren).
Het legen van de anaalklieren doen wij ook. Bij ontstoken anaalklieren of een anaalklierabces komt er wel een dierenarts bij kijken om te zien over er verdere handelingen nodig gaan zijn.
Waarom hebben dieren last van anaalklier klachten? De anaalklieren vullen zich elke dag. Deze worden normaal geleegd bij elke keer dat het dier ontlast. Als de ontlasting bijvoorbeeld dun is (diarree) dan kan het zijn dat de anaalklieren niet geleegd worden en dat het zich ophoopt. Dieren met volle anaalklieren gaan vaak veel likken rond het anus gebied of sleetje rijden. Sommige dieren kunnen het op die manier zelf legen, maar niet allemaal. Als dit opvalt is het verstandig om een afspraak in te plannen zodat wij de anaalklieren kunnen legen.
Controle na operaties en gebitsbehandelingen
Controles na operaties en gebitten kunnen ook bij ons gepland worden, tenzij het een ingewikkelde operatie of gebitsbehandeling is geweest. Dan wordt deze bij de dusdanige dierenarts gepland.
Bij de controle vragen wij hoe het op dat moment met het dier gaat. Dan wegen we het dier en kijken we naar de wond/gebit. Aan de hand daarvan kunnen wij zo nodig adviezen geven over bijvoorbeeld wondverzorging. Bij de gebitten geven wij ook tandenpoets instructies en adviezen over bepaalde producten.
Vervolgafspraak röntgenfoto's
Het kan wel eens voorkomen dat er röntgenfoto’s geadviseerd worden door de dierenarts. Soms is het niet mogelijk om dat gelijk tijdens dat consult te doen. Bijvoorbeeld door beperkte tijd, onvoldoende personeel of omdat er een roesje nodig is.
Vaak kunt u wachten terwijl de röntgenfoto’s gemaakt worden. Over het algemeen worden de foto’s gelijk besproken met u door de dierenarts. Soms kan het voorkomen dat de dierenarts naderhand belt met de bevindingen van de röntgenfoto’s.
Bloedafname
Bloed kunnen wij ook afnemen na advies van de dierenarts. Afhankelijk van welke onderzoeken er geadviseerd worden, nemen wij het bloed af uit de poot of hals. De dierenarts zal de uitslag en het advies/vervolgstappen telefonisch met u bespreken.
Puberconsult
Wij bieden een puberconsult aan voor honden en katten. Voor de honden is deze vaak wat uitgebreider dan bij de kat. Waar kijken we naar en wat wordt er besproken?
Het puberconsult wordt op een leeftijd van ongeveer 11-12 maanden gehouden. Dit is een mooi moment tussen de vaccinaties van 6 maanden en 1,5 jaar leeftijd. In deze periode vindt onder andere de verdere uitgroei van de botten en de puberteit plaats. Het is goed om te controleren of dat allemaal goed gaat. De puber periode kan soms een lastige tijd zijn voor baasjes. Graag ondersteunen wij hier mee.
Allereerst wegen we het dier. Dan kijken we het dier kort na, zoals het gebit. Wij zijn er voornamelijk om adviezen te geven over de groei, gedrag en activiteiten passend bij het ras. U kunt op dat moment alle vragen stellen waar u tegen aan loopt of onzekerheden over zijn. Ook zullen wij castratie/sterilisatie, preventief behandelen parasieten, gewicht, verzekering en adviezen voor in de toekomst bespreken.
Diabetes consult
Diabetes consulten worden gebruikt voor de behandeling en monitoring van suikerziekte. Deze consulten volgen nadat suikerziekte is vastgesteld door de dierenarts. De dierenarts heeft alles dan al besproken, maar dit is veel informatie.
Tijdens het eerste consult wordt er nogmaals besproken wat diabetes precies is. Daarna wordt er een passend advies gegeven betreft medicatie. Er bestaan verschillende soorten behandelingen voor de dieren: verschillende soorten insuline of sinds kort voor katten de Senvelgo. De Senvelgo behandeling is niet voor elke kat geschikt: dit zullen we voor uw kat individueel beoordelen. Daarnaast wordt er een speciale voeding gestart. Tijdens het eerste diabetesconsult leggen wij uit hoe het beste insuline te prikken, waar op te letten en wat te doen bij complicaties zoals een te laag suiker (een ‘hypo’).
Er gaat over het algemeen een aantal weken overheen tot het dier stabiel is met insuline. We starten op met een lage dosering. Elke 4-5 dagen controleren we de suikerspiegel en kunnen we de insuline zo nodig ophogen. Er volgen dus na het eerste consult meerdere consulten. Als het dier stabiel is qua glucose waarde en gewicht, dan is als advies om elke 3 maanden op controle te komen voor het meten van de glucose, wegen van het dier en het bespreken hoe het gaat.
Als het dier in kritieke toestand is kan het zijn dat het dier wordt opgenomen in de kliniek. Soms is het nodig om het dier over te dragen aan het dierenziekenhuis voor 24 uurs zorg.
Symptomen van diabetes: meer eetlust, afvallen, sloom, slechte vachtconditie, verminderd uithoudingsvermogen, veel plassen/veel drinken, braken en misselijkheid.
Symptomen te laag suiker, hypo: In de vroege gevallen zal het dier onrustig zijn, vragen naar meer eten. Daarna kan het dier slomer worden, niks meer willen, afzonderen. Het dier kan wankel worden, liggen en niet meer reageren.
Symptomen ketose: sloom, minder/geen eetlust, niet drinken, misselijk/braken. Met overlijden in het ergste geval.
Is uw dier bekend met diabetes en ziet u een of meerdere symptomen bel dan gelijk de praktijk zodat wij zo snel mogelijk kunnen ingrijpen.
Nierconsult
Nier consulten worden gebruikt voor het monitoren van nierziekten. Deze consulten volgen na de diagnose van de dierenarts. Wat doen wij tijdens deze consulten?
Tijdens het eerste consult wordt er nogmaals besproken wat een verminderde nierfunctie inhoudt. Daarbij kijken we ook aan de hand van de bloeduitslag hoe erg de nierziekte op dat moment is. Aan de hand daarvan maken we een passend advies. Soms wordt er medicatie en/of speciale medicatie gestart. Vaak vragen wij voor dit consult ook om urine mee te nemen (de eerste ochtendurine), dit om het concentratievermogen van de nieren te bepalen. Soms wordt er in die urine ook het eiwit bepaald. We meten ook de bloeddruk van het dier. Vaak zien we als gevolg van een nierprobleem dat de bloeddruk ook verhoogd is. Als dat zo is wordt dit behandeld met een bloeddrukverlager. Ook wegen we het dier. Dit herhalen we elk consult.
Elk volgende consult bestaat uit:
- Vraaggesprek hoe het dier het op dit moment doet
- Wegen van het dier
- Urineonderzoek
- Bloeddrukmeting
- Afhankelijk van de gradatie regelmatig bloedonderzoek voor de nierwaardes
De eerste consulten kunnen vlak achter elkaar zijn. Nierpatiënten worden nauwkeurig in de gaten gehouden. Dit is om de kwaliteit van leven zo goed mogelijk te houden.
Symptomen: veel drinken/ veel plassen, verminderde eetlust, afvallen, slechte vachtconditie, verminderde uithoudingsvermogen, uitdrogingsverschijnselen, wankel, slechte adem, urine veranderingen.