Let op! Wegens onze krappe personeelsbezetting zijn wij de komende periode op maandagen om 17h gesloten. U wordt vanaf 17h telefonisch doorgeschakeld naar het Dierenziekenhuis in Arnhem.

Op 24 september sluiten wij om 17h30, in verband met vakantie.

Voortplanting

Hier vindt u informatie over de voortplanting van uw hond

  • Dekking
  • Bevalling
  • Na de geboorte

Dekking

Dracht bij de hond

De meeste honden worden tussen de 6 en 18 maanden leeftijd voor het eerst loops. Ze worden daarna 1-3x per jaar loops. Als een teef op het juiste moment tijdens de loopsheid wordt gedekt kan ze drachtig worden. Om het optimale dektijdstip te bepalen, adviseren we om tijdens de loopsheid herhaaldelijk een progesteron meting te laten doen vanaf dag 5 à 6 van de loopsheid. Zodra de waarde hoog genoeg is, is de teef klaar om gedekt te worden. De dracht bij de hond duurt gemiddeld 61 dagen (+/- 59-65 dagen).

Het is belangrijk om de moederhond tijdens de dracht te vaccineren tegen het herpesvirus. Het herpesvirus kan zorgen voor abortus en sterfte van jonge pups. De eerste vaccinatie moet gegeven worden 1 week na de dekking en de tweede vaccinatie 1-2 weken vóór de verwachte werpdatum.

Vaststellen van de dracht

Dracht kan op verschillende manieren vastgesteld worden:

  • Allereerst kan tussen de 3e en 4e week vaak met buikpalpatie vermoed worden dat uw hond drachtig is. Vanaf 32 dagen dracht wordt dat weer wat moeilijker omdat de buik dan algeheel wat voller aanvoelt en er vaak geen losse vruchten meer te voelen zijn.
  • Door middel van echo kan er gekeken worden of uw hond drachtig is. Vanaf 4 weken dracht is dit mogelijk. Hier kan ook gekeken worden of het levende pups zijn.
  • In de laatste fase van de dracht kan met röntgenfoto bepaald worden hoeveel pups er verwacht worden. Op echo is dit namelijk lastig te zien. Als u weet hoeveel pups er verwacht worden, dan kunt u daar bij de geboorte rekening mee houden. En röntgenfoto is mogelijk vanaf 52 dagen dracht.

Wanneer u twijfelt of uw hond drachtig is, dan kunt u het best contact opnemen met uw dierenarts om één of meerdere van deze onderzoeken uit te laten voeren.

Voeding tijdens de dracht

De moeder in spé zal tijdens de dracht langzaam steeds meer energie en dus voeding nodig hebben. De eerste 4 weken kan de hoeveelheid voeding blijven zoals hij was. Vanaf de 5e week kunt u de hoeveelheid voeding langzaam verhogen met ongeveer 10% per week. Een richtlijn is dat een hond met een kleine worp ongeveer 30% extra calorieën nodig heeft aan het eind van de dracht, en een hond met een grote worp ongeveer 50-60%. De laatste dagen vóór de bevalling kan de teef wat minder eten. Zeker aan het eind van de dracht kan het fijn zijn om het eten te verdelen over kleinere hoeveelheden per keer.

Het is belangrijk om een geschikte voeding te kiezen omdat verkeerde hoeveelheden energie, eiwit, calcium en fosfaat kunnen zorgen voor ontwikkelstoornissen bij de pups. Ons advies is om uw hond al tijdens de gehele dracht puppybrokjes te voeren. Het geven van supplementen zoals calcium is onnodig en ongewenst, zeker wanneer er een puppyvoeding gegeven wordt. In specifieke gevallen kan het advies anders zijn, bijvoorbeeld zoals bij de aanwezigheid van allergieën. Neem dan contact op met uw dierenarts.

Bevalling

Bevalling hond (Partus)

Er zijn meerdere signalen die aan kunnen geven dat de bevalling aanstaande is, zoals zwelling van de melkklieren, zwelling van de vulva, minder eten, onrust, rillen en snel ademen. Eén dag vóór de bevalling kan er ook een kleine hoeveelheid niet-stinkend bloederig of groenig slijm uit de vulva komen. De beste manier om te beoordelen of de bevalling al bijna begint, is om uw hond vanaf 56 dagen dracht 3x daags te temperaturen. 12-24 uur voordat de bevalling begint daalt de temperatuur van uw hond gemiddeld 1 graad. U kunt al eerder beginnen met temperaturen om de normale temperatuur van uw hond vast te stellen.

Zorg bij een aanstaande bevalling voor een fijne plek om te werpen. Bij voorkeur is dit een werpkist waar het rustig is, tochtvrij en met een temperatuur van 28 graden voor de pups. Geef de hond hierbij voldoende rust. Probeer bij te houden hoe lang alle fases van de bevalling duren, zodat u weet wanneer u in moet grijpen.

De bevalling begint met de ontsluitingsfase waarbij de geboorteweg zich opent en oprekt. Deze fase is niet altijd goed zichtbaar aangezien er nog geen buikpers is. Deze fase duurt tussen de 6 en 12 uur. Daarna is er de uitdrijvingsfase. Dit herkent u aan de aanwezigheid van een buikpers. In deze fase worden de pups één voor één geboren. Vaak komt de nageboorte meteen of vlak na de pup mee naar buiten. Pups kunnen zowel in kopligging als in stuitligging geboren worden. Het zal per pup ongeveer 45 minuten duren tot ze geboren worden, maar het kan bij de eerste pup langer duren. Soms gaat de teef tussendoor eten of slapen zonder te persen. Dan kan het tot enkele uren duren tot de volgende komt.

Als een pup geboren is, dan zal de moeder het gaan likken om het te drogen en de ademhaling te stimuleren. De moeder zal ook de navelstreng doorbijten en soms eten ze de placenta op. Als de moeder dit niet of onvoldoende doet, dan kunt u helpen door de vliezen te breken en het slijm van het kopje en neusje te halen. U kunt een slijmzuigertje gebruiken om het slijm uit de neus en bek te zuigen. Indien nodig kunt u de pup opwrijven met een handdoek om de ademhaling te stimuleren. Als u de navelstreng door moet scheuren of knippen, doe dit van ver genoeg van de buik van de pup, en bindt hem af als hij blijft bloeden. Het mooiste is om dit met een hechtdraadje te doen. Eventueel kunt u vooraf al een hechtdraadje bij ons ophalen.

Wanneer moet u contact opnemen met uw dierenarts?

  • Als uw hond meer dan 20-30 minuten krachtig perst zonder dat er vordering te zien is.
  • Als uw hond meer dan 1-2 uur zwak perst zonder dat er vordering is.
  • Als uw hond 2-3 uur helemaal niet meer perst (en niet rustig ligt te slapen) maar er nog wel pups geboren moeten worden.
  • Als uw hond ziekteverschijnselen vertoont, zoals ernstig overgeven, algeheel erg suf zijn of andere klachten.
  • Als er erg veel bloed verloren wordt uit de vulva of als er afwijkende uitvloeiing uit komt (stinkend, bruin).
  • Als de dracht meer dan 66 dagen (bij 3 of minder pups) of 69 dagen (bij meer dan 3 pups) duurt en de bevalling nog niet op gang is gekomen.
  • Als de bevalling begint vóór de 58e dag.

Benodigdheden rond en na de bevalling

Om goed voorbereid te zijn op de geboorte van de pups, adviseren wij om het volgende op tijd in huis te halen:

  • Werpkist
  • Warmtelamp
  • Omgevingsthermometer
  • Rectale thermometer
  • Slijmzuigertje
  • Hechtdraad voor de navelstreng
  • Puppy pads
  • Steriele handschoenen
  • Doeken (om pups eventueel mee af te drogen)
  • Navelstreng schaar
  • Gekleurde halsbandjes (met klittenband)
  • Nauwkeurige weegschaal
  • Druivensuiker (voor moederhond tijdens bevalling)
  • Betadine
  • Klein nagelschaartje
  • Kolfsetje
  • Puppymelk
  • Voedingssonde (in overleg met dierenarts)
  • Pen en papier (om nauwkeurig te kunnen bijhouden hoelang verschillende fases duren)

Na de geboorte

Na de geboorte 

Teef

Na de geboorte kan de kersverse moeder gedurende 3 weken helder bloederige niet-stinkende uitvloeiing hebben. Aan het begin kan deze uitvloeiing ook groenig zijn. Let op dat de uitvloeiing niet stinkend of troebel wordt, dan moet u contact opnemen met een dierenarts. Ook is het goed om de melkklieren dagelijks te controleren op tekenen van ontsteking (roodheid, pijnlijkheid, ernstige zwelling).

Na de geboorte mag de teef onbeperkt gevoerd worden met een puppybrok, omdat ze  veel energie nodig heeft voor melkproductie. Zorg ook voor voldoende vers water. Op het moment dat de pups afgespeend zijn, kan de voeding weer beperkt worden en kan er teruggegaan

worden naar een normale voeding. Het kan raadzaam zijn om bij het afspenen de moeder gedurende enkele dagen erg beperkt te voeren om de melkproductie te stoppen.

Pups

Geef alle pups een gekleurd zacht stoffen bandje om ze uit elkaar te houden. Bandjes met een sluiting van klittenband kunt u tijdens de groei verstellen. Zorg ook zeker de eerste 3 weken voor veel rust in huis.

Het is belangrijk dat de pups vooral in de eerste weken een warme plek hebben omdat ze zelf hun temperatuur nog niet goed kunnen reguleren. Als de teef aanwezig is, dan krijgen ze daar veel warmte van. Zorg voor een warme plek zoals kruiken of een warmtelamp, maar geef ook de mogelijkheid om uit te wijken naar een koeler plekje zodat de moeder niet te warm wordt.

Daarnaast moeten ze zo snel mogelijk melk drinken bij de moeder (in elk geval binnen 24 uur), omdat de eerste melk – de biest – belangrijke antistoffen bevat. Het is belangrijk om de pups minimaal elke dag op een vast tijdstip te wegen zodat u in de gaten kunt houden of ze goed groeien. Ze  moeten elke dag groeien en mogen niet afvallen. Binnen 10 dagen moeten ze verdubbeld zijn ten opzichte van hun geboortegewicht. Ook daarna zullen ze nog 10-20 dagen ongeveer 10% groeien per dag.

Wanneer de pups afvallen of onvoldoende groeien, dan zult u ze bij moeten voeren. Dit kan met een vervangpreparaat speciaal voor honden, zoals Milkodog of Farmfood puppymelk. Gebruik geen gewone koeienmelk omdat dit niet de goede voedingsstoffen bevat voor pups. Neem contact op met uw dierenarts voor advies over de frequentie, wijze en hoeveelheid van bijvoeren.

Vanaf 10 dagen zullen de oren en ogen zich openen. Daarna zullen ze ook steeds meer beginnen met rondlopen en ontdekken. De eerste socialisatieperiode van de pup loopt van 3-12 weken leeftijd. Het is belangrijk om de pups dan al te laten wennen aan prikkels zoals optillen en aaien. Pups leren ook veel van hun moeder. Daarom is het belangrijk om ze voldoende lang bij de moeder te laten, liefst minimaal 8 weken.

Vanaf 3 weken leeftijd kunt u beginnen met het aanbieden van water en schoteltjes met aangemaakt puppybrokken met veel water of puppymelk. Als ze dat goed eten, kunt u langzaam de hoeveelheid water verminderen. Geleidelijk kunnen de pups steeds verder afgespeend worden van het drinken bij de moeder.

Het is belangrijk om de pups te ontwormen. Vanaf de leeftijd van 2 weken moeten ze elke 2 weken ontwormd worden, tot de leeftijd van 8 weken. De moeder moet ook mee ontwormd worden. Daarna kunnen ze maandelijks ontwormd worden tot de leeftijd van 6 maanden. Op 6, 9 en 12 weken vinden de eerste vaccinaties van de pups plaats. Het is wettelijk verplicht om ervoor te zorgen dat pups vóór 7 weken leeftijd een chip, paspoort en de eerste vaccinatie

krijgen. De meeste ontvlooiingsmiddelen kunnen vanaf 7 of 8 weken leeftijd gebruikt worden. Mochten er eerder vlooien gezien worden, dan zijn er sprays beschikbaar die al eerder gebruikt kunnen worden. Hiervoor kunt u contact opnemen met een dierenarts.